Skip to content Skip to footer

Kinderopvang in 2026: hogere uurprijzen én meer toeslag voor middeninkomens

Waar eerder werd aangekondigd dat de maximum uurprijzen voor kinderopvang in 2026 niet zouden worden geïndexeerd, is het demissionaire kabinet daarop teruggekomen. De uurprijzen worden nu tóch verhoogd. Dat heeft direct gevolgen voor alle ouders die gebruikmaken van kinderopvang, omdat de maximale vergoeding via de kinderopvangtoeslag in belangrijke mate wordt gebaseerd op deze uurprijzen.

De aanpassing pakt vooral gunstig uit voor middeninkomens. Niet alleen de uurprijzen stijgen, ook de inkomensgrenzen worden verhoogd. Daardoor komen meer ouders in aanmerking voor een hogere toeslag, terwijl de eigen bijdrage voor veel gezinnen daalt.

Nieuwe maximum uurprijzen voor 2026

De kinderopvangtoeslag wordt berekend op basis van een maximaal te vergoeden uurprijs. In 2026 gaan deze bedragen omhoog. Voor dagopvang gaat de maximum uurprijs naar € 11,23, waar dit in 2025 nog € 10,71 is. Voor buitenschoolse opvang stijgt de maximum uurprijs van € 9,52 naar € 9,98. Gastouderopvang gaat omhoog van € 8,10 naar € 8,49.

De verhoging betekent dat ouders over een groter deel van de werkelijke opvangkosten toeslag ontvangen. Zeker bij kinderopvanglocaties die al hoge tarieven hanteren, zorgt dit ervoor dat de niet-vergoede eigen bijdrage beperkt blijft.

Per kind kunnen ouders voor maximaal 230 uur per maand kinderopvangtoeslag ontvangen. Dat geldt ook in 2026. De werkelijke recht op toeslag is vervolgens afhankelijk van het gezamenlijke toetsingsinkomen.

Meer kinderopvangtoeslag voor middeninkomens

De overheid heeft de toetsingsinkomens eveneens verhoogd. Daardoor verschuiven de inkomensgrenzen waarop lagere vergoedingspercentages van toepassing worden. Werkende ouders met een toetsingsinkomen tot € 56.412 hebben in 2026 recht op het maximale vergoedingspercentage van 96 procent voor het eerste kind. In 2025 lag deze grens aanzienlijk lager, namelijk op € 47.403.

Voor veel middeninkomens betekent dit een flinke verbetering. De toeslag neemt toe, terwijl de netto maandlasten voor kinderopvang dalen. Dit past binnen het bredere doel van het kabinet om kinderopvang betaalbaarder te maken en arbeid meer lonend te houden.

Aan de bovenkant van het inkomensspectrum stijgt het minimale vergoedingspercentage eveneens. Ouders met een toetsingsinkomen vanaf € 165.658 ontvangen in 2026 een vergoeding van 36,5 procent, waar dit in 2025 nog 33,3 procent was. Dat is een duidelijke stap omhoog en vermindert de druk op huishoudens met hoge opvangkosten.

Kleiner verschil tussen eerste en volgende kinderen

Een opvallende wijziging is dat het verschil tussen de vergoedingspercentages voor het eerste kind en de daaropvolgende kinderen kleiner wordt. Daarmee wordt het stelsel iets eenvoudiger en worden grote gezinnen iets minder hard geraakt door oplopende opvangkosten. Het draagt bij aan een evenwichtiger verdeling van lasten, zeker in gezinnen waar meerdere kinderen tegelijk gebruikmaken van opvang.

Wat betekent dit voor ouders en werkgevers?

Voor ouders is dit het moment om de nieuwe bedragen te controleren en te bepalen wat de wijzigingen betekenen voor hun maandelijkse lasten. Wie in 2026 meer toeslag ontvangt, kan mogelijk besparen of een stijging van de opvangtarieven beter opvangen. Het is bovendien verstandig om te controleren of het huidige toetsingsinkomen nog klopt. Onjuiste gegevens kunnen leiden tot terugvorderingen achteraf.

Voor werkgevers is het goed om te weten dat medewerkers mogelijk vragen stellen over de betaalbaarheid van opvang en de impact op hun werkuren. Betaalbare kinderopvang kan bijdragen aan hogere arbeidsparticipatie en minder verlofdruk. HR-afdelingen kunnen medewerkers helpen door hen te wijzen op de nieuwe regels of door informatie beschikbaar te stellen over de berekening van kinderopvangtoeslag.

Conclusie: kinderopvang wordt in 2026 iets toegankelijker

Met de verhoging van zowel de maximum uurprijzen als de toetsingsinkomens wordt de kinderopvangtoeslag in 2026 voor veel gezinnen gunstiger. Middeninkomens profiteren het meest, maar ook hogere inkomens krijgen iets meer compensatie. Het beleid brengt de toeslag dichter bij de werkelijke kosten en maakt het stelsel iets minder gevoelig voor jaarlijkse tariefstijgingen.

Voor ouders is dit hét moment om te berekenen wat de wijzigingen betekenen voor hun persoonlijke situatie. Voor adviseurs en werkgevers geldt dat zij cliënten en medewerkers kunnen ondersteunen bij het maken van de juiste financiële inschattingen.

Laat een reactie achter

Abonneer je op onze nieuwsbrief

    Voer uw e-mailadres in