Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) bent u verplicht uzelf een salaris uit te keren dat voldoet aan de gebruikelijkloonregeling. Dat salaris mag niet lager zijn dan een door de Belastingdienst vastgestelde norm. Wie te laag betaalt, riskeert een correctie. Wie te hoog betaalt, betaalt onnodig veel inkomstenbelasting. Het juiste bedrag bepalen is dus een balanceeract met directe fiscale gevolgen.
In dit artikel leggen we uit hoe de gebruikelijkloonregeling werkt in 2026, wat de norm is en welke factoren bepalen of u naar boven of beneden kunt afwijken.
Wat is de gebruikelijkloonregeling?
De wetgever wil voorkomen dat DGA’s hun salaris kunstmatig laag houden om zo minder inkomstenbelasting te betalen en winst in de B.V. te laten zitten. De gebruikelijkloonregeling schrijft voor dat het loon van een DGA minimaal gelijk is aan het hoogste van de volgende drie bedragen:
1. 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.
2. Het loon van de best betaalde werknemer in het bedrijf of verbonden lichaam.
3. Het normbedrag. In 2026 bedraagt dat normbedrag naar verwachting circa € 57.000 per jaar (de exacte indexatie wordt jaarlijks bekendgemaakt).
Wanneer mag het salaris lager zijn?
Als u kunt aantonen dat het gebruikelijke loon in uw branche of voor uw functie echt lager is, dan mag het loon daarop worden afgestemd. U moet dit kunnen onderbouwen met marktgegevens. Denk aan salarisonderzoeken, vergelijkbare functies binnen dezelfde sector of een berekening op basis van het salaris van een derde die vergelijkbare werkzaamheden uitvoert.
Daarnaast geldt een uitzondering voor startende ondernemers die gebruik maken van de startersaftrek of S&O-verklaring. Zij mogen hun gebruikelijk loon tijdelijk lager vaststellen.
Salaris hoger dan de norm: wanneer is dat verplicht?
Als er werknemers in dienst zijn die meer verdienen dan het normbedrag, dan geldt hun loon als minimum voor de DGA. De DGA kan zich in dat geval niet verschuilen achter de wettelijke norm. Dit is een veelgemaakte misvatting die bij boekenonderzoeken regelmatig tot correcties leidt.
Dividend versus salaris: de afweging
Veel DGA’s kiezen bewust voor een relatief laag salaris gecombineerd met dividenduitkeringen. Dividend wordt belast in box 2 (aanmerkelijk belang), terwijl salaris in box 1 valt met het progressieve tarief. Het voordeel van dividend is dat het pas belast wordt op het moment van uitkering, maar er is ook een heffing op niveau van de B.V. in de vennootschapsbelasting. De optimale verhouding hangt af van uw persoonlijke situatie en de winst van uw B.V.
Meer informatie over de mogelijkheden als DGA vindt u in onze sectie DGA (Directeur-Grootaandeelhouder).
Pensioen en vermogensopbouw voor de DGA
Als DGA bouwt u in principe geen pensioen op via een werkgeversregeling, tenzij u hier specifiek voor kiest. Het is wel mogelijk om via lijfrenteproducten of banksparen vermogen op te bouwen voor later. Aftrek van lijfrentepremies is gebonden aan voorwaarden, waaronder de zogenoemde jaarruimte. Lees meer hierover in ons artikel over de aftrek van lijfrentepremie.
Conclusie: laat uw gebruikelijk loon jaarlijks toetsen
Het gebruikelijk loon bepalen is geen eenmalige exercitie. Uw situatie verandert, de normen worden aangepast en uw B.V. groeit mee. Door het loon jaarlijks te toetsen, bij voorkeur in samenwerking met uw accountant, voorkomt u fiscale verrassingen en optimaliseert u uw netto inkomen. Wacht niet tot een boekenonderzoek u dwingt tot correcties met terugwerkende kracht.

